In deze les bekijken we de verschillende elementen in de beeldtaal bij de creatie van AV-mediaproducten. Wie mooie teksten wil schrijven, leert eerst het alfabet. Beeldtaal is het ABC van audiovisuele vaardigheden.

Inleiding

In de creatie van audiovisuele producten, is het om te slagen soms even belangrijk ‘hoe’ je een boodschap brengt, dan ‘wat’ je als boodschap brengt. Dit geldt zeker voor fictie-producten, maar ook voor journalistieke videoproducten en online video.

Beeldtaal slaat op alle stijlelementen waarmee rekening wordt gehouden bij de creatie van audiovisuele media. In journalistieke reportages bepaalt een doordachte beeldkeuze mee hoe een boodschap bij de kijker overkomt.

Een beeld vertelt een verhaal, maar meerdere beelden achter elkaar gemonteerd vertellen mogelijk een ander verhaal.

Beelden beïnvloeden elkaar door de onderlinge volgorde en krijgen daarmee een eigen nieuwe betekenis als beeldverhaal. Dit wordt het inductie-effect genoemd.

De ‘vox-pop’ is een gevaarlijk format; wanneer je in het montageproces alle correcte antwoorden weglaat, krijg je een heel ander beeld dan wanneer je een ‘eerlijke’ montage maakt. Maar: kan je een ‘eerlijke’ montage maken?

Televisie en Video is een complex van door de makers gestuurde emoties, gericht op een bepaalde doelgroep.Het is een reflectie op de werkelijkheid; met een andere invulling van ruimtelijkheid en continuïteit.

Een videomontage is een weergave van de werkelijkheid

Je zou kunnen stellen dat enkel ongemonteerde, ‘slow’ video’ objectieve video kan genoemd worden. Maar dan wordt het wel erg saai om naar te kijken…

2.1 Camerastandpunt

Het camerastandpunt vertelt mee het verhaal. De keuze van hoe een regisseur/cameraman iets in beeld brengt, is bepalend voor de manier waarop de kijker het AV-product beleeft.

Bij het maken van beelden gaat men altijd uit van de horizon. Dat wil zeggen dat de lijn die de horizon trekt bepaalt of een beeld recht – waterpas – of scheef staat.  Zowel de opnamen die uit de hand worden gedraaid, als die vanaf een camerastatief, gaan uit van een horizontale horizonlijn.

Beelden die niet waterpas zijn komen slordig en onnatuurlijk over bij de kijker die normaal ook altijd waterpas kijkt.

Standaard kiest men bij klassieke video voor het ‘landscape’-standpunt, met een beeld dat breder is dan het hoog is (16/9 breedbeeld), en dat waterpas op de horizon ligt. Slechts zelden kiest men ervoor om het beeldkader niet gelijk te leggen met de waterpas (vb. in videoclip met speciaal effect, in een ‘point of view’-shot van iemand die dronken is).

Daarom hebben videostatieven steeds een ingebouwde waterpas, om bij elk nieuw camerastandpunt de camera waterpas te zetten

Het camerastandpunt wordt (al dan niet vooraf) bepaald door de regisseur en/of cameraman, en verandert tijdens een productie vele malen. Deels daarom is de creatie van videoproducten erg tijdrovend.

De keuzevrijheid van standpunt wordt echter beperkt door beperkingen in de opnamelocatie. Zo moeten videomakers rekening houden met tegenlicht, continuïteit en handelingsas, en de logica van verhaal.

In de Duitse documentaire ‘Our Daily Bread’ is het camerastandpunt bij elk shot opnieuw van enorm belang. Eenzelfde shot blijft minutenlang staan, zonder voice-over of interviewstem. Het camerastandpunt bepaalt de inhoud, elk shot perfect waterpas, en objectief documenterend.

2.1.1 Verticale video

Sinds enkele jaren stijgt de populariteit van ‘verticale video’, met apps als Snapchat en Instagram Stories/IGTV, die native verticaal gebruikt dienen te worden.
Al zijn alle professionele videocamera’s nog steeds gemaakt om horizontaal breedbeeld te filmen.

Sinds juni 2017 ondersteunt de YouTube-speler (eindelijk) verticale video’s op toestellen die verticaal gehouden worden.

Wanneer je weet dat smartphones 94% van de tijd verticaal gehouden worden, is het een logisch gevolg dat er steeds vaker verticale videocontent gemaakt wordt.

Momenteel lijkt verticale video de standaard voor ephemeral video’s (= tijdelijke video’s, denk Snapchat en Instagram Stories), omdat deze vaak op smartphone gecreëerd én bekeken worden.

Sinds kort is het ook in professionele montageprogramma’s als Avid Media Composer mogelijk om verticale video’s te monteren.

Verticale video is nog niet op alle platforms ingeburgerd. Sommige videospelers kunnen het onderscheid tussen verticale en horizontale video (nog) niet herkennen.

Het lijkt belangrijk om tijdens videocreatie met het voornaamste publicatieplatform rekening te houden: een lineair televisieprogramma (dat op 16/9 breedbeeld-televisies verschijnt) wordt horizontaal gefilmd, een korte Instagram Story verticaal, om te vermijden dat net jou video uit de toon valt.

Soms is het moeilijk om op voorhand te weten of je video online viraal zal gaan, of ook door klassieke media zal worden opgepikt…

De videoclips van Billie Eilish staan ook in verticale resolutie op YouTube. Spijtig voor de views (die worden verdeeld over verticaal en horizontaal), maar wel mooi op de smartphone.

2.1.2 Camerastandpunt in ENG

In een ENG (Electronic News Gathering)-omgeving gaan de makers op het draaimoment zelf keuzes maken qua camerastandpunt, in een fictieproductie (zoals een reclamespot) of documentairereeks worden camerastandpunten van tevoren vastgelegd in het draaiboek.

In een interview bepaalt juist de achtergrond vaak de plaats. In de achtergrond, wat we kunnen zien als een decor, kan de regisseur wijzigingen aanbrengen, die de compositie van het totaalbeeld versterken. Bijvoorbeeld een vlakke, kale, witte muur kan meer reliëf krijgen met een plant of een schilderij. Door iets voor de muur te plaatsen en tussen de persoon en de muur in krijgt de compositie bovendien diepte. Wit is een lastige kleur en veroorzaakt grote contrasten. Maar al te vaak worden spullen in de opnameruimte om die redenen tijdelijk verplaatst, of kiest de maker een andere achtergrond.

Het ENG-interview wordt meestal genomen met één camera, vanuit één camerastandpunt. De positie van de journalist is meestal net naast de camera, en de geïnterviewde kijkt in de ogen van de interviewer. Zo voelt de kijker zich betrokken, maar is er toch sprake van een ‘afstand’, die er niet zou zijn wanneer de geïnterviewde in de lens kijkt.

2.2 Draaistijl

De draaistijl is de manier waarop een videoproduct gefilmd wordt. Dit hoort een doordachte keuze te zijn, die doorheen de hele productie consequent wordt gevolgd. Zo is het vaak not-done om de eerste helft van een videoreportage enkel vanop statief te filmen, om dan plots over te gaan op uitsluitend hand-held beelden. Zulke ingrepen verwarren de kijker, en kunnen afleiden van de inhoudelijke boodschap.

In de driedelige documentaire ‘Archibelge’ speelt de beeldvoering een grote rol in de sfeer van de reeks. Mogelijk onopvallend voor zappende tv-kijkers, waardevol studiemateriaal voor (toekomstige) reportagemakers. De camera toont voortdurend ‘ruime’ straatbeelden, zoals je ze als passant (voorbijrijdend in de auto, of wandelend aan de overkant van de straat), zou zien. Door de shots langer aan te houden dan men van televisie-montages gewoon is, wordt de kijker gedwongen om pijnlijk lang stil te staan, bij de ‘diversiteit’ in Belgische architectuur. Zelfs de vale kleurkeuze in postproductie-fase is bepalend voor de sfeer van deze reeks.

Archibelge is dus ook letterlijk een reis langs die fascinerende diversiteit aan gebouwen die de Belgen dagdagelijks gebruiken.

De kunst van videomaken bestaat erin om mooie producten te maken, met subtiele, onopvallende technieken die de kijker niet ‘afleiden’ van wat inhoudelijk wordt verteld.

Vaak is het -zeker voor studenten- een goed idee om bij hun eerste videoproducten te kiezen voor filmen op statief. Dit is een kwestie van eerst leren stappen alvorens men kan hardlopen. Vaak zie je -eigenzinnige (lees: koppige)- studenten, die ‘om artistieke redenen’ kiezen voor filmen vanuit de hand . Dit heeft echter vaak te maken met luiheid, eerder dan artistieke vrijheid. Zelfs de meest doorwinterde cameraman kan geen establishment-shot maken dat secondenlang volledig ‘fix’ staat.

Het videostatief is een krachtige tool om je als videomaker te onderscheiden van amateurvideo. Een mooi gekadreerd shot vanop statief oogt professioneel, ongeacht de camera die het filmt.

Een combinatie tussen beelden op statief, en ‘op schouder’ is zeker ook mogelijk. Vooral bij realityprogramma’s of fictiereeksen komt dit vaak voor; ‘establishment shots’ filmt men op statief, de dialogen tussen de personages vanop de schouder. Establishment shots (of insertbeelden) zijn beelden, die men in videoreportages gebruikt om verschillende scenes met elkaar te verbinden, of een quote te illustreren.

In een journaalitem (ook wel ‘hard nieuws-item’ gebeurt het vaak dat alle shots (‘inserts’ én interviews) vanop statief gefilmd worden, tenzij men gebruikt maakt van authentieke ‘amateurbeelden’.

De cameraman en regisseur leggen samen de draaistijl vast. Elke cameraman heeft z’n eigen draaistijl. Soms wordt voor een bepaalde productie voor een bepaalde cameraman gekozen, omdat diens draaistijl het beste overeenkomt met het beoogde resultaat voor de productie. Wanneer men een cameraman kan associëren aan een bepaalde draaistijl, noemt men hen ook DOP’s, Director of Photography.

Zo is Nico Surings een veelgevraagd non-fictie cameraman (Reizen Waes, Vlaanderen Vakantieland,…), en is Diege Dezuttere een bekende Vlaamse fictie-DOP. De combinatie tussen een sterke DOP en een topregisseur, kunnen zowel bij fictie als non-fictie prachtige resultaten opleveren.

Ook non-fictie-producties (vooral documentaires of lange reportages) kunnen gelauwerd worden voor hun draaistijl. De Netflix-documentaire Virunga won een Emmy voor ‘Outstanding Cinematography For Nonfiction Programming’

2.3 Optische as (theorie en vb.)

Bij het filmen van een handeling is het wijs rekening te houden met de optische as (of handelingsas). Deze as is een denkbeeldige lijn tussen twee onderwerpen in je beeld.

Om de kijker niet te verwarren, blijf je bij het maken van alle beelden in de reeks (scene), best aan één zijde van de handelingsas.

De optische as kan ook lopen tussen een persoon, en een gelijkwaardig object in de handeling, waar de hoofdpersoon in beeld mee communiceert (vb: een blikje uit cola-automaat halen).

In dit fragment legt men aan de hand van een fictie-scene het belang van optische as/handelingsas uit, in het Engels ‘180° rule’

Bij een voetbalmatch staan alle basiscamera’s (waartussen de beeldmenger live switcht) aan één kant van het veld. De optische as loopt in dit geval van doel tot doel. Zolang je camera’s afwisselt die aan dezelfde zijde van het veld staan, zal de kijker niet verward raken.

Ook in een studio-omgeving staan de camera’s meestal aan één kant van de optische as (vóór het decor). Zo krijgt de kijker bij elk van de camera’s een correcte weergave van de kijkrichting van de personages in het decor.

Optische- of handelingsas

In deze studio-opstelling plaats je best alle camera’s in de groene zone; bij een interview tussen 2 personen loopt de optische as immers recht door beide personen. Wanneer je in de groene zone een beeld maakt, zal persoon Oranje telkens naar rechts kijken, en persoon Blauw naar links.

Het verhaal van as-werking wordt nog ingewikkelder, wanneer m’n in een TV-studio werkt met een tafelgesprek; er is dan sprake van meerdere optische assen, en wordt het moeilijk om een as te bepalen.

2.4 Betekenis van optische as in praktijk

Bij het documentair draaien (registreren van wat je ziet) voor vb. een nieuwsreportage, is de optische as vaak minder belangrijk (omdat je verschillende insertbeelden maakt, die los van elkaar een verhaal vertellen), tenzij je kiest voor een geënsceneerde handeling.

Rekening houden met de optische as, heeft ook gevolgen tot de betrokkenheid van de kijker.

De theorie zegt dat hoe dichter de camera bij de as staat, hoe meer de kijker betrokken is tot de situatie.

Het extreme voorbeeld is hier het POV-shot (Point-Of-View), waarbij je je als kijker (en dus de camera bij registratie) eigenlijk op de optische as bevindt, en het andere personage de kijker rechtstreeks aankijkt.

Het POV-shot betrekt de kijker maximaal in een videoverhaal. Het toont letterlijk het standpunt van één van de personages. Het is belangrijk om als non-fictie-maker doordacht om te springen met dit subjectieve camerastandpunt.

In een interview-situatie zal de cameraman de camera nooit 90° dwars op de optische as plaatsen. In dit geval kijk je als kijker immers in profiel op de geïnterviewde, en is de betrokkenheid te beperkt. In interviews bevindt de journalist zich meestal net naast de camera, zodat de kijker betrokken is, en de geïnterviewde bijna in de ogen van de kijker kijkt. De kijker kijkt als het ware mee, naast de schouder van de interviewer. Toch is de betrokkenheid (net) niet zo groot dan bij een POV-shot.

In een interviewkader, kijkt de geïnterviewde nooit in de lens, maar naar de journalist (meestal niet zichtbaar).

Bij een call-to-action (waarbij er erg veel betrokkenheid van de kijker verwacht wordt) kijkt de spreker in de lens (de camera bevindt zich dus op de handelingsas. Ook bij dagboekfragmenten spreekt een protagonist ‘in de lens’, en is de betrokkenheid van de kijker maximaal.

2.5 Kadrages

Je kunt het beeld in verschillende grote uitsnijden. Dit betekent dat je het kader van de film voller maakt met informatie of minder vol maakt, door achteruit en vooruit te bewegen, of door in- of uit te zoomen.

Het beeldkader bepaalt wat de cameraman en verslaggever de kijker laten zien.  

De cameraman kan zaken weglaten door een nauwer kader te kiezen en is zich daarbij bewust, dat hij een selectie van de werkelijkheid maakt. Het blikveld en begrip van de kijker wordt door deze keuze bepaald. De getoonde beeldinformatie is bepalend voor de inhoudelijke overdracht van de bedoelde boodschap. 

De keuze voor een bepaalde kadrage is dus ook een beeldtaal-element dat je verhaal kan versterken. Een groot totaal zorgt voor een overzicht van een situatie, terwijl een close-up (zeker van het gezicht van een persoon) de kijker veel meer betrekt, en zelfs emotie kan opwekken.

Vaak is het een goed idee om de start van een scene (of video) weer te geven met een totaalshot, dat we in TV-termen een establishment-shot noemen. Zo krijgt de kijker een overzicht van de situatie. Starten met close-ups kan ook, maar dit is vaak een bewuste keuze van de makers, vb. om de kijker te teasen aan het begin van een reportage, om nieuwsgierigheid op te wekken.

Sinds enkele jaren zijn drone-establishment-beelden niet meer weg te denken van het scherm.

Je kan de kadrage aanpassen door je camera in- of uit te zoomen, of de camera fysiek te verplaatsen (= het camerastandpunt wijzigen). De zoomfunctie laat je toe om vanuit éénzelfde camerastandpunt, meerdere kadrages van een onderwerp te maken.

Herkenbare verschillen in beeldkaders van dezelfde scène of handeling zijn noodzakelijk om springers in de montage te voorkomen.

2.5.1 Links-rechts-principe

Wanneer een aantal personen voor een ENG-reportage worden geïnterviewd, zal een ervaren videojournalist/cameraman het links-rechts-principe toepassen: de journalist (en dus de kijkrichting van de geïnterviewde) afwisselen. Bij persoon A staat de journalist links van de camera, bij persoon B rechts, bij C terug links,…

Ook bij VOX-pops (waarbij ‘de man op de straat’ wordt geïnterviewd), past men dit steeds toe.

Reportages waarbij de journalist steeds aan dezelfde kant van de camera staat, kunnen in montage immers ongewenste springers geven…

Het links-rechts-principe toepassen tijdens het filmen van vb. deze VOX-pops, voorkomt dat je springers in montage moet ‘bedekken’ met insertbeelden (B-Roll).

2.5.2 Springers

Een springer of jump cut krijg je wanneer twee shots achter elkaar niet voldoende van kadrage verschillen, om in montage achter elkaar te plaatsen.

Springers vermijd je door tijdens het filmen een goede variatie aan kadrages te registreren (ruim / medium / close). Wie een handeling of scene filmt met enkel ruime shots, riskeert in montage vast te lopen om een mooi verloop te creëren.

De Jump Cut is een veelgebruikte techniek in vb. Video Vlogs op YouTube. Men gaat hier tijdssprongen maken (om haperingen, bijzinnen,…), zonder ze te overplakken.


Ook in professionele producties kiest men soms bewust voor jump cuts; hierbij beslissen de makers (vaak reeds in preproductie, soms pas in montage) om de kijker een reeks springers voor te schotelen. Zo kan je een shot van tientallen seconden (van iemand die naar de camera toeloopt), in montage opknippen zodat het onderwerp verspringt, én de duurtijd aanzienlijk verkort.

In het filmpje ‘Move’ draait alles om de jump cut: door bewust steeds (bijna) dezelfde kadrage aan te nemen, krijg je een leuke verspringing in beeld. De jump cut werkt hier erg goed, omdat de achtergrond telkens verandert.

2.5.3 Belang van variatie

Een ervaren cameraman varieert zijn beeldkaders tijdens de opnamen zodanig, dat bij de montage natuurlijke beeldovergangen kunnen worden gemaakt.

Een draaidag waar de cameraman (uit luiheid) enkel ruime overzichtshots maakte, zal de monteur in montage heel wat problemen bezorgen (vb. springers), om de kijker van een mooi beeldverhaal te voorzien.

Herkenbare verschillen in beeldkaders van dezelfde scène of handeling zijn noodzakelijk om springers in de montage te voorkomen.

De lelijke montagepunten die nog overblijven kunnen met zogenaamde beeldinserts of tussenshots van het onderwerp worden afgedekt.

2.5.4 Kadrages

Kadrages

2.5.4.1 Totaal

3657698613_c4ffc05901_nEen totaalshot is een beeld van de gehele locatie, het gekozen object of de handeling. Een totaal van een landschap is natuurlijk anders dan een totaal in de kamer van een huis. De grootte van het op te nemen object bepaalt dus het totaalbeeld. Soms wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen een groot totaal of een klein totaal. Bij een persoon die in een wijds landschap staat, kan een groot totaal een beeldkader zijn met de persoon en de omgeving erbij. Hierbij kan nog gevarieerd worden van groot naar klein. Zo is een totaal van een plant op een tafel over het algemeen een beeldkader met de tafel erbij. Of de tafelpoten ook in beeld komen is afhankelijk van wat die plant in die scène moet vertellen en dus een inhoudelijke keuze van de regisseur. Bij een grote, hoge plant komt noodzakelijkerwijze meer van de om4138684969_ceb46d0e5a_bgeving in beeld.

Een extreem voorbeeld van een totaalshot, is een fisheye-totaalshot (een effect dat je ook met action-camera’s krijgt)

2.5.4.2 Medium Shot

21817799035_089131073f_bEen mediumshot snijdt het beeld van het object aan. Dat wil zeggen slechts een deel van het object komt in beeld. Hierdoor wordt meer accent gelegd of meer beelddetail getoond. Ook het medium kent een grootmedium en een kleinmedium.

6011914969_aa4f42af34_nBij een persoon ligt de grens van het mediumshot op het middel en net boven het hoofdhaar.
Zit de betrokkene aan een bureau, dan wordt het bureau aangesneden.

2.5.4.3 Close-up

Met een close-up wordt nog meer accent gelegd en tevens extra beeldinformatie geboden. De cameraman legt dan extra accent, door in te zoomen naar een close-up van de spreker. Hierdoor wordt emotie belangrijker, maar ook de inzoom tot een detail van het gezicht, maakt de spreker belangrijker. Het inzoomen tot close-up geeft ook accent weer.6012462666_a3a12eebd8_n

Soms worden ENG-interviews met twee camera’s gefilmd: één medium-shot en één close-up.

De kijker wordt letterlijk dichter bij de geïnterviewde gebracht.
Ook de close-up kent twee variaties. Groot close-up en klein close-up. Bij een groot close-up van een spreker wordt het hoofd bij het haar aangesneden. Soms geldt dat ook voor de kin. Een groot close-up moet echter selectief worden toegepast. In de meeste gevallen is het eerder storend dan dat het beeldinformatie toevoegt. Nog verder gaat het super close-up
, dat slecht een detail van het gezicht weergeeft. Deze vorm wordt ook wel gebruikt bij het anoniem maken van de geïnterviewde persoon of om vormtechnische overwegingen.

Een goed gekadreerde, goed uitgelichte en effectief gemonteerde close-up zal een scène dan ook een grote dramatische meerwaarde geven.

2.5.4.4 Detail

8631341035_43537d7407_nDit is een extreem close instelling van bijvoorbeeld een oog, neus of willekeurig ander detail. Bij een concert breng je bijvoorbeeld de saxofoon van de speler in beeld.

2.6 Soorten shots

2.6.1 Vast of ‘fix’ shot

Een vast of fix shot is een beeld dat voor meerdere seconden geregistreerd wordt. Men spreek van een vast shot, wanneer de cameraman -na het induwen van de opnameknop- de camera niet bedient tijdens het maken van het beeld. Het tegenovergestelde van een vast shot is vb. een camera-beweging.

2.6.2 ‘Over the shoulder’-shot

picture-3In een Over the Shoulder-shot snijdt de cameraman één personage aan (voorplan), en zie je een tweede personage frontaal in beeld. Deze techniek wordt vaak gebruikt bij een interviewsituatie, of dialoog in vb. een film.

Let op: een OTS-shot heeft weinig zin, wanneer de interviewer in het verder verloop niet in beeld verschijnt. Deze kadrage enkel zin wanneer er vb. ook luistershots (= tegenshots) in de montage verschijnen, en wanneer de journalist in beeld komt wanneer hij een vraag stelt.

2.6.3 POV-shot

Het POV-shot is een opname vanuit het standpunt van een personage. POV staat voor Point of ViewDe betrokkenheid is hier het grootst. De kijker verplaatst zich als het ware in het personage, en kijkt vanuit diens ogen (camera staat op de handelings-as).

Dit nummer van The Prodigy is een bekend voorbeeld van een POV-videoclip.

In non-fictie is de cameraman – gewoonlijk – een stille getuige van de gebeurtenissen, en gebruikt men het POV-shot niet zo vaak. Bij fictie is de POV tegenwoordig een belangrijk onderdeel van de beeldtaal geworden, waarmee een individu binnen de structuur van het plot kan worden geïdentificeerd. De POV wordt vaak gebruikt wanneer er niet gesproken wordt– een shot door een verrekijker, een snelle blik in een kamer – en wordt gewoonlijk uitgevoerd met de camera in de hand om een menselijk perspectief te suggereren.

Spring zuinig om met POV shots. Het POV shot heeft het vreemde effect dat de toeschouwer zich bewust wordt van zijn toeschouwerschap. Dat komt niet alleen door het verhoogde bewustzijn dat er een cameraman bezig is. Het heeft ook te maken met het feit dat als het wordt gebruikt en het personage een dialoog aangaat, de filmtaal tot een reverse shot van het andere personage dwingt, waardoor hij rechtstreeks in de camera moet spreken, dat wil zeggen: zich tot het publiek moet richten.

2.6.4 Luister- of tegenshot

Een luistershot of tegenshot is een shot van een personage dat luistert naar een andere persoon die spreekt. Luistershots worden vaak (zeker bij non-fictie) achteraf opgenomen, omdat er slechts één camera aanwezig is op de scene. Luistershots kan je gebruiken om een patroon (vb. lang antwoord) van een ander personage te doorbreken in montage.

Omdat bij ENG/EFP-producties meestal slechts één camera aanwezig is, worden luistershots vaak na een interview geënsceneerd, om in montage te kunnen variëren.

2.6.5 insert-shot

Het insert shot is een shot dat erg vaak gebruikt wordt in non-fictie. Dit zijn beelden die men kan gebruiken als ‘overlay’ tijdens voice-over of quotes. Zij nemen de kijker even weg van de persoon die spreekt, en kunnen aanvullend op de tekst, weergeven waarover gesproken wordt.

In het Engels noemt men dit ook B-roll.

Deze B-roll-clip met rushes van een acteur tijdens de opnames van een film, zijn erg handig voor nieuwszenders die de acteur interviewen over de film. Zij waren vaak niet aanwezig tijdens de filmopnames, en kunnen enkel een interview registreren naar aanleiding van een persconferentie. Deze B-roll-clips worden vaak gemaakt door de filmhuizen zelf, en aangeboden via persagentschappen / persberichten aan media die hiervan een montage willen maken.

Video is spreken met beelden, wie ‘thuiskomt’ met niets meer dan een interviewkader, heeft geen video gemaakt en moet hopen op beschikbaar archiefmateriaal, of kan het interview beter uittypen voor een tekstversie.

Bij het portretteren van een persoon of het verslaan een event is het belangrijk om naast het interviewkader dus ook wat actiebeelden te schieten: zo kan je in montage de quotes doorbreken met voice-over en sfeerstukken.

Mooie insertbeelden, vooral aan het begin van een reportage, triggeren de kijker om de rest van het verslag te bekijken. In ‘Iedereen Beroemd’, een bekend human interest-programma, bepalen de verzorgde en filmische insertbeelden mee de sfeer van het programma.

2.7 Duurtijd en hoeveelheid shots

De vraag hoelang je een fix shot moet aanhouden om voldoende te hebben, is niet met een exact cijfer te bepalen.

Beginnende videomakers maken vaak de fout om met te weinig of te korte shots in montage te starten. Dit is een groot probleem, als je een bepaalde lengte van videproduct voor ogen hebt.

Daarom is het een goede wetenschap dat je nooit genoeg ruw materiaal kan hebben.

Wie op locatie beelden maakt (en dus moeite deed om een camerastandpunt, kadrage, focusafstelling en waterpas in te stellen), kan maar beter de camera meerdere seconden laten draaien. Wie insertbeelden schiet voor vb. een videoreportage, moet na het induwen van de recordknop minstens tot 10 tellen, om in montage comfortabel het beeld te kunnen gebruiken.

Een fix shot in vb. een nieuwsreportage, wordt in montage tot ongeveer 3 seconden opgeknipt (erg kort in vergelijking met het werk dat het vraagt).

In flitsende videoclips of aftermovies staat een beeld soms maar één seconde (of nog korter!). Video registreren is dus een erg tijdrovende klus.

Nog voor de reportage goed en wel start (na 8 seconden), zijn er al vijf verschillende shots in de montage verwerkt. Een groot aantal insertbeelden is dus noodzakelijk voor wie in montage comfortabel wil werken.

2.8 Camerabewegingen

Naast fix shots, kan een videomaker (met de juiste tools), gebruik maken van camerabewegingen.

Net als de kadrage-keuze, kan een camerabeweging inhoudelijk bijdragen aan het verhaal. Zo kan vb. een panoramabeweging van een grote ruimte een grotere indruk nalaten dan een totaalshot van diezelfde ruimte.

Belangrijk om te weten is dat camerabewegingen een start- en eindpunt kennen: in montage oogt het mooier wanneer een camerabeweging integraal (dus van stilstand in begin tot stilstand op het einde) in de video geïntegreerd wordt. Voor én na de camerabeweging staan immers andere beelden (vaak fix shots). Wie in montage tot de laatste frame beweging toont en bruusk overgaat op een ander shot, zal een rommelig resultaat krijgen.

Camerabewegingen maak je best vanop statief, en worden (meestal) in een ruim kader genomen.

2.8.1 Pan

Pan Links-RechtsBij een pan beweegt de camera van links naar rechts of van rechts naar links. De camera draait hierbij horizontaal op de statiefkop. Bij de registratie van een pan kan je spelen met verschillende snelheden. Zo is er in montage keuze over welke pan-snelheid gebruikt kan worden. Net als bij andere camerabewegingen, is het belangrijk dat de pan een meerwaarde heeft, en een duidelijk begin- en eindpunt.

Je kan een pan gebruiken voor vb. het volgen van een persoon die in beeld loopt, tot aan de ‘bestemming’.

2.8.2 Tilt Up / Down

Tilt Up-downEen tiltbeweging geef een verticale camerabeweging weer. Een tilt kan werken voor vb. het tonen van een outfit, of het aantonen van de extreme hoogte van een gebouw.

Bij een Tilt blijft de camera op dezelfde plaats, en roteert verticaal op de statiefkop. Het cameraperspectief verandert, het camerastandpunt blijft gelijk.

2.8.3 Zoom

De zoomknop op een camera is erg handig voor het kadreren van verschillende shots, en de controle van de scherpte in beeld. Slechts zelden gaat de kijker in professionele video geconfronteerd worden met een zoom in / zoom out in een afgewerkte montage. Een eenvoudigere keuze is immers om een handeling te ‘decouperen’ in twee verschillende shots (vb. kies voor een medium shot en aansluitend een ruim shot, ipv een trage zoom out-beweging zonder veel extra beeldinformatie).

Een zoombeweging in beeld kan echter wel, wanneer de maker een doordachte reden heeft om de kijker in een zoombeweging te betrekken.

Zo kan het bijvoorbeeld handig zijn om via een zoom in van ruim naar close-up de kijker ‘mee te nemen’ naar een klein detail in vb. een gevel. Ook wordt een zoom out ook vaak gebruikt bij ‘beeldarme’ reportages over vb. een bankenschandaal (een zoom out van het logo op het gebouw, naar het volledige gebouw).

In alle andere situaties, laten we de zoombeweging best over aan ‘Zatte Nonkel Trouwvideo Productions’.

2.8.4 Travel en Lift

Lift up-downTravelBij een travel- of liftbeweging gaat de camera letterlijk van plaats veranderen. Een synoniem voor travel is dolly-beweging. Deze camerabewegingen zijn vaak erg mooi, en worden al decennia gebruikt in professionele fictie-producties. Door de democratisering van de video (lees: steeds kleinere en goedkopere camera’s), komt deze beweging ook steeds vaker voor in kleinere producties. Hiervoor zijn compacte camerasliders een handige tool. In grote producties maakt men gebruik van dolly-tracks.

2.9 Perspectieven

PerspectievenPerspectief betekent gezichtspunt: de manier vanuit je als toeschouwer kijkt naar de scene. Het cameraperspectief wordt door de cameraman bepaalt: de kijker kan (nog) niet zelf kiezen of hij/zij iets van bovenaf of onderuit bekijkt.

Een basisperspectief is de ooghoogte. Bij deze hoogte bevindt de camera (en dus het oog van de kijker) zich op ongeveer gelijke hoogte dan het belangrijkste punt in het onderwerp. De kijker kan de situatie bekijken, als was die zelf aanwezig. Door de ‘eerlijke’ weergave van het onderwerp, wordt dit aanzien als een objectief perspectief.

Voor het interview zal men het statief met camera (en de lens) telkens ongeveer op de hoogte van de mond van de geïnterviewde plaatsen (net onder ooghoogte). Hierdoor krijgt de kijker een weergave, als was hij/zij zelf met de persoon aan het praten.

Een interview van iemand die neerzit, gefilmd vanop de ooghoogte van iemand die rechtstaat, levert een erg lelijk en onprofessioneel resultaat op.

Andere perspectieven zijn kikkerperspectief en vogelperspectiefDit noemt men subjectieve perspectieven, omdat ze de werkelijkheid weergeven vanop een punt dat je als persoon niet (of moeilijk) kan bekijken.

Camera filmt vanuit kikkerperspectief, een subjectief standpunt

Net daarom zijn mensen zo geboeid door beelden die met drones gefilmd worden; door het unieke perspectief (waarop je zelf de dingen onmogelijk kan bekijken), krijg je een uitzonderlijke weergave van de werkelijkheid.

In fictie wordt handig gebruik gemaakt van de invloed van perspectief op de beleving: door een machtig iemand vanuit (vaak licht) kikkerperspectief te filmen, en een nederig figuur vanuit vogelperspectief, wordt de indruk van macht en onmacht versterkt. Kijk maar eens naar heroïsche reeksen als Vikings en Spartacus.

In non-fictie, waarbij een objectieve weergave van de realiteit beoogt wordt, is het belangrijk om bewust met de invloed van cameraperspectieven om te gaan (door hun mogelijk subjectieve karakter).